Koersen, trainen en genieten

In de Leeuwarder Courant van woensdag 9 juni stond onderstaand artikel, geschreven door Sander de Vries, over veldrijder en mountainbiker Gosse van der Meer.

Veldrijder Gosse van der Meer ging naar Italië om – in die volgorde – te koersen, trainen en van het leven te genieten. “Dat is wol aardich slagge.”

Bij Gosse van der Meer (25) is het avontuur nooit ver weg. Neem het voorbije weekeinde: opeens vond de Surhuizumer zichzelf terug op het Italiaanse eiland Elba, voor een internationale mountainbikewedstrijd.

Hij is veldrijder van beroep, maar bovenal een enorme liefhebber van de fiets. Hij reed in talloze landen – in crossen, op de weg, gravel en nu dus mountainbike – verspreid over de hele wereld. Tot corona een streep door veel evenementen zette. Zo werden onlangs wedstrijden afgelast in Polen en Zwitserland, waarvoor Van der Meer zich had ingeschreven.
Maar eind vorige maand vertrok hij eindelijk weer eens met zijn camper. Van der Meer deed mee aan de Rally di Romagna, een vijfdaagse etappekoers op de mountainbike in Italië, waar hij zijn vorm onderstreepte met een overwinning in de slotetappe.

Vlak voordat Gosse van der Meer zijn kleine camperkoelkast volstouwde met de dagprijs – een voorraad prosciutto, Italiaanse kazen en olijfolie waarmee hij tot de kerst vooruit kan – werd hem tijdens een interview gevraagd naar zijn vervolgplannen in Toscane. Of een mountainbikewedstrijd op Elba misschien iets voor hem was?

Van der Meer, resoluut: “Wat tinkst? Dat like my wol wat.” De boottickets naar het eiland werden betaald door de wedstrijdorganisatie, het vooruitzicht van witte stranden en een mooie koers deed de rest. Van der Meer eindigde zondag als tiende in het sterke deelnemersveld, gekleurd door Italiaanse profs en de Colombiaanse wereldkampioen Héctor Páez.

Een uitslag die Van der Meer tot tevredenheid stemt. “De wrâldtop fan it maraton-mountainbiken stie hjir oan de start.” Nog los van het resultaat ziet hij de intensieve wedstrijden, vol steile klimmetjes en technische bochten, als ideale trainingen voor het veldritseizoen dat in het najaar begint.

Van der Meer geldt in deze discipline als een, zoals hij zelf zegt, goede eerstedivisiespeler – zijn sport vergelijkend met het profvoetbal. Hij mag elk jaar opdraven voor de Nederlandse equipe bij de wereldbekers, maar rijdt zelf niet voor een professionele wielerploeg. Hoeft ook niet voor Van der Meer. De Surhuizumer regelt zijn eigen sponsoren, die hem niet alleen financieel ondersteunen maar ook zorgen voor materiaal.

Oké, zegt Van der Meer, rijk wordt hij niet van het fietsen. Maar oneindig veel belangrijker vindt hij zijn vrijheid. Van der Meer gaat en staat waar hij wil, stelt zijn eigen fietsprogramma samen én kan zijn sportieve carrière combineren met zijn universitaire studie spatial engineering.

Voorlopig blijft Van der Meer in Italië fietsen. Hij doet vanaf dit weekeinde mee aan een negendaagse mountainbike-rally in het noorden van het land. De regels zijn streng: de honderd deelnemers mogen slechts een tas van maximaal 20 kilo meenemen – inclusief reserve-onderdelen – die dagelijks door de organisatie wordt afgeleverd. Geslapen wordt in kleine tentjes. “Moatst it sjen as de Dakar-rally, mar dan foar mountainbikers. Hiel fet.” Wat die race hem brengt? Van der Meer ziet het wel. Hoe dan ook is hij straks weer een mooi avontuur rijker. “Ik bin hjir om te koersen, trainen en fan it ljibben te genietsjen. No ja, dat is wol aardich slagge.”

surhuzum.nl multimedia
surhuzum.nl multimedia